Haar naam was Sarah

Ze verwacht dat de politie hen later wel weer zal vrij laten. Ze houdt de sleutel van de kast bij zich in haar jurkje. Wanneer ze worden weggevoerd, blijkt de vrouwelijke conciërge van het appartement niet erg eerlijk te zijn. Ze worden naar het sportpaleis gebracht, het ‘Velodrome d’Hiver’. Er zijn heel veel kinderen onder de opgepakte Joden. Het zijn bizarre omstandigheden: het is heel warm, er zijn veel te veel mensen op een te kleine plek en er is nauwelijks eten voor de gevangenen. Ook zijn er geen sanitaire voorzieningen, zodat meteen ziektes uitbreken. De vader van Sirka wordt al snel van zijn gezin gescheiden.
2002
De 45-jarige Amerikaanse journaliste Julia Jarmond woont in Parijs door haar huwelijk met de architect Betrand Tézac. Ze bekijken een appartement dat Bertrands grootmoeder Mamé heeft achtergelaten, nadat ze in een verpleegtehuis is opgenomen. Er moet wel veel worden verbouwd en kost veel tijd. Julia heeft een 11-jarige dochter Zoë die bijdehand overkomt. Bertrand kan soms erg arrogant overkomen. Zo komt hij altijd te laat en hij kan geen slecht woord over Frankrijk horen. Het huwelijk lijkt aardig, maar al snel blijkt uit het verhaal van Julia dat er ene Amélie in het spel is geweest. Wat er precies met haar is gebeurd, wordt nog niet verteld. Het is 60 jaar na een zwarte bladzijde in de Franse geschiedenis en Frankrijk wil in 2002 aandacht besteden aan de razzia van 1942. Daarom krijgt Julia van haar hoofdredacteur de opdracht daarover een artikel te schrijven voor het tijdschrift ‘Seine scenes’. Ze moet er voor op zoek naar informatie, maar gelukkig krijgt ze wel wat te horen van twee Franse homoseksuele vrienden die haar vertellen wat er is gebeurd. Ook via Google komt ze het een en ander te weten. Bertrand ziet het niet zo zitten met die homovrienden en ook is hij niet geïnteresseerd in de informatie die over juli 1942 wordt verstrekt.
1942
Nadat de mannen zijn weggevoerd worden de kinderen en de vrouwen per trein afgevoerd. Wanneer ze in een soort doorgangskamp komen, worden ook de kinderen van hun moeder gescheiden. Er wordt hen beloofd dat ze later met hun moeders worden herenigd, maar dat geloven de meeste kinderen zoals Sirka en een schoolvriendinnetje Rachel niet. Het zijn hartverscheurende gebeurtenissen en de gillende vrouwen worden in het dorp dat naast het kamp ligt, ‘Beane -la-Rolande’ gehoord. Niemand schiet ze te hulp. De kinderen worden daarna kaal geschoren. Rachel geeft Sirka al snel aan dat ze zal ontsnappen uit het kamp. Een schooljongen die ze kenden, was al eerder in de chaos ontsnapt. Het is nu of nooit. Ze weten gewoon niet of ze later nog een kans krijgen.
2002
Julia komt er achter dat de grootouders van Bertrand in de oorlog in een appartement hebben gewoond, waarin daarvoor Joden hadden gewoond. Ze doet onderzoek naar de razzia en ontmoet enkele personen uit het verleden die haar wel iets willen vertellen over de razzia. Betrand weet niet dat Julia contact met ze heeft gezocht, maar hij wil ook niet met het verleden worden geconfronteerd. Ook de familie Tézac vindt de zoektocht niet zo leuk. Met de vader van Bertrand, Edouard, heeft Julia ook geen geweldige band.
1942
Rachel en Sirka ontsnappen uit het kamp: ze worden nog wel betrapt bij hun vluchtpoging door een Franse politieagent die Sirka uit haar eigen woonomgeving kende. Ze smeekt hem hen te laten ontsnappen en hij laat ze door, omdat hij zich schaamt voor wat er gebeurd is. Hij geeft Sirka zelfs een heel pakje bankbiljetten mee. Sirka heeft nog steeds één doel dat ze wil halen: haar opgesloten broertje uit de kast te bevrijden. Wanneer ze buiten het kamp komen, rennen ze in de bosachtige omgeving van het dorp Beane-la- Rolande. Eerst halen ze de gele jodenster van hun kleding en daarna proberen ze zich in het bos te verstoppen. Ze zwemmen naakt in een bosmeertje. Ze snappen wel dat ze hulp van de boeren moeten hebben, maar bij de eerste boerderij worden ze weer weggestuurd. Daarna lukt het wel om binnen te komen, bij twee wat oudere Franse mensen in Orléans: Jules en Geneviève Daufure. Omdat Sirka nog steeds niemand vertrouwd, zegt ze ook tegen deze mensen dat ze Sirka heet. Rachel wordt al snel ziek en de oude mensen moeten er een dokter bij halen. Het is een dokter uit een plaat verderop die ze niet kennen en die niet te vertrouwen is. Sirka wordt daarom in de kelder verstopt. De dokter verraadt het adres aan de nazi’s en die komen Rachel ophalen. Sirka weet te ontsnappen dankzij Jules. De oude mensen zijn verbijsterd en voelen zich schuldig aan de arrestatie van Rachel. Dan zegt Sirka dat ze eigenlijk Sarah heet. Ze wil absoluut terug naar Parijs, en wil haar broertje uit de kast bevrijden. Ze heeft nog steeds de koperen sleutel van de kast bij zich.
2002
Julia is verder gegaan op haar zoektocht. Met hulp van een Franse jood Lévy die veel documentatiemateriaal over de razzia heeft, komt ze erachter dat in het appartement dat ze nu aan het verbouwen zijn, de familie Starzinski heeft gewoond en dat vader en moeder in het concentratiekamp overleden zijn. Er is ook een meisje opgepakt, dat Sarah Starzinski heet, maar van haar is niet bekend of zij ook omgekomen is. Julia gaat als journaliste verder met haar onderzoek naar de gebeurtenissen in 1942. Ze bezoekt het concentratiekamp waarin nu een wooncomplex is gebouwd. De bewoners weten niet eens wat er gebeurd is in het verleden. Wel staan er nog enkele gedenkplaten die zijn geplaatst als herinnering. Daarop staan de namen van de ouders van Sarah. Ze gaan er van uit dat de nazi’s dat allemaal hebben gedaan, maar dat weten ze ook niet zeker.
In het privéleven van Julia speelt er ook nog wel wat af. Julia blijkt zwanger te zijn. Ze heeft enkele miskramen achter de rug. In het verleden wilde Betrand namelijk graag een tweede kind, vooral een zoon. Nu is ze op 45-jarige leeftijd weer zwanger: ze is erg blij en maakt een romantische afspraak in een restaurant om het Bertrand te vertellen. Natuurlijk is hij te laat en zijn reactie verbaast Julia. Hij wil dat ze het kind laat weghalen. Als ze dat niet doet, zal hij haar verlaten: hij kan een kind nu helemaal niet meer gebruiken in zijn leven: hij al is bijna 50. Julia komt daarmee onder grote druk te staan.
Intussen is er nog een derde gebeurtenis; Edouard komt haar iets vertellen. Hij heeft een groot geheim zestig jaar met zich meegedragen en zijn kinderen weten van niets. Hij was nog maar een jochie, toen Sarah Starzinski was teruggekomen en dat was een dramatische gebeurtenis geweest.
1942
Sarah Starzinski is ondanks de adviezen van Jules en Geneviève echt van plan om naar Parijs te gaan. Wanneer ze klaar staat om te vertrekken, zeggen Jules en Geneviève dat ze met haar meegaan. Dat levert wel problemen op, want er is geen ID-kaart voor Sarah. Onderweg is er in de trein een kaartcontrole, maar de Fransman laat zich omkopen met het geld dat Sarah heeft gekregen van de politieagent. Dan komen ze aan in het appartement. Sarah heeft de koperen sleutel van de kast, maar wanneer ze die gebruikt , ruikt ze een hele sterke verrottingsgeur. In de kast ligt het lichaam van Michel. Hij is omgekomen van de honger.
2002
Edouard vertelt aan Julia wat er gebeurd is. Hij was thuis toen Sarah met de sleutel de kast opende, maar zijn moeder Mamé niet. Hij denkt dat zijn vader het voorval altijd voor haar verborgen heeft gehouden. Zijn vader, André, heeft de begrafenis van Michel geregeld. Voor zijn dood heeft André een envelop met inhoud gegeven aan Edouard, maar die heeft hij nauwelijks ingekeken. Julia is geschrokken van wat ze hoort. Bovendien heeft ze nog steeds problemen met Betrand, die nog steeds wil dat ze een abortus laat plegen. Ze wil het uiteindelijk gaan doen om haar huwelijk te redden, maar haar zus in Amerika, Charla, vindt dat een stom idee. Julia krijgt van Edouard de envelop uit de kluis en ziet dat er twaalf brieven van Jules Dufaure aan André Tézac in zitten. Die beschrijven hoe het met Sarah gaat. André stuurt namelijk geld aan Jules om Sarah te onderhouden. In 1952 houdt de briefwisseling op. Sarah weet niets van het toegezonden geld.
Op 16 juli 2002, precies 60 jaar na de razzia, houdt Frankrijk een herdenking over het Vel ‘d Hiver. Maar het is ook precies de dag dat Julia naar een kliniek gaat om een abortus te laten plegen. Bertrand heeft het te druk met zichzelf om mee te gaan. Op het allerlaatste moment besluit ze geen abortus te doen. Ze belt haar zus op die trots op haar is.
Julia woont daarna de herdenking van de 16e juli bij. De Franse premier houdt een toespraak waarin hij verteld over de Franse houding tijdens het Vel d’Hiver 1942.
Bertrand komt woedend thuis. Hij zegt dat ze weet dat hij nu van haar wil scheiden. Dat kan Julia niets meer schelen. Ze denkt dat hij trouwens nog steeds een relatie heeft met Amélie, zijn vroegere vriendin. Hij wil dat ze apart gaan wonen, maar hij komt er meteen ook achter wat er zich in de oorlog heeft afgespeeld. Hij is boos dat ze hem niets heeft verteld. Julia zegt dat hij dat met zijn vader moet bespreken, want die had het haar gevraagd hem niets te vertellen.
Julia gaat nu helemaal op in de razzia. Het artikel is klaar en wordt gepubliceerd. Haar chef is tevreden over het resultaat. Ze heeft intussen via -via contact met de kleinkinderen van Jules Daufure, Gaspard en Nicolaas. Die weten dat Sarah in 1952 naar Amerika is vertrokken en daar in 1955 is getrouwd met ene Richard Rainsferd. Julia wil meteen naar de Verenigde Staten, haar dochter Zoë is er ook al: ze logeert bij haar zus die vrij snel het adres van Rainsferd weet op te sporen. Gaspard heeft gevraagd of ze Sarah wil laten weten dat hij en zijn broer nog steeds van haar houden. Julia gaat de oude, maar zieke man Rainsferd opzoeken, maar die is al lang met een andere vrouw getrouwd, omdat Sarah op veertigjarige leeftijd gestorven is aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Ze had intussen wel een zoon gebaard: William, maar die woont nu al jaren in Italië. Meteen wil ze haar reis voortzetten naar Italië en ze neemt haar dochter Zoë mee. Ze krijgt een voorschot van haar hoofdredacteur Jules.
In de buurt van Florence woont William op een zomeradres, maar de ontmoeting loopt op een niks uit. William wordt boos en wil er niets van weten dat zijn moeder eigenlijk van Pools-Joodse afkomst is. Hij wil geen contact meer met haar. Julia is van slag en krijgt een bloeding. Wanneer ze bijkomt in het ziekenhuis, zit Zoë naast haar bed. Ze moet nu vertellen dat ze zwanger is en dat Bertrand het kind niet wilde. Zoë heeft hem echter wel laten overkomen om haar op te halen. Hij zegt geen woord meer over de baby. Ze gaan samen terug naar Parijs. Bertrand wil dat ze in februari, als ze baby komt, in het nieuwe appartement aan de rue de Saintonge gaat wonen. Maar zover is het nog niet. In november 2002 krijgt Mamé een beroerte en de hele familie wordt geroepen. Bertrand is niet te vinden en Julia weet dat hij bij zijn ex is.
Dan komt William ook opeens bij de familie Tézac. Hij heeft een boekje met aantekeningen van Sarah gevonden en een envelop waarin een koperen sleutel zit. Uit de aantekeningen blijkt dat Sarah zelfmoord heeft gepleegd: het was dus een opzettelijk auto-ongeluk. Hij wil nu het verleden wel te weten komen en de Daufures bezoeken. Julia vraagt of ze mee zal gaan, maar dat wil hij niet.
De familie is nu verdeeld in twee verhalen. Edouard en nog een dochter staan achter Julia. Bertrand en een zus niet; die zijn woedend op Julia vanwege alle verhalen. Daarna vertelt Zoë dat haar overgrootmoeder Mamé altijd heeft geweten wat er in 1942 was gebeurd. Dat had ze namelijk tegen Zoë verteld. Julia blijft toch achter met de gedachte of ze er goed aan heeft gedaan om de beide families, Tézac en Rainsferd/Daufure met elkaar in contact te brengen.
New York 2005.
Julia is naar de VS geëmigreerd met Zoë. Bertrand had namelijk voor zijn ex Amélie gekozen en Julia wilde niet met haar dochter in het appartement wonen waarin Sarah had gewoond. Ze heeft een tweede dochter. Vrijwel direct na kerst 2002 was dit meisje te vroeg ter wereld gekomen. Zoë doet het heel goed: ze is lief voor haar zusje. Julia heeft een vriend Neil, maar echte liefde koestert ze niet voor hem. Ze weet dat William Rainsferd ook in New York woont en op een dag neemt hij contact met haar op: via Google is hij haar adres te weten gekomen. Ze ontmoeten elkaar in een restaurant. William is op zoek naar het verleden gegaan, maar hij vindt het achteraf geen geslaagd idee dat hij dat alleen heeft gedaan. Zijn Italiaanse vrouw wilde er niet over praten.
Dan onthult Julia de naam van haar tweede dochtertje: ”Sarah.” ( “Haar naam is Sarah.”) Er was geen andere naam mogelijk volgens Julia. William is ook gescheiden, heeft nu ook een vriendin, maar het is niet onmogelijk dat Julia en hij verder met elkaar zullen gaan.
- Het doorgangskamp in Beaune-la- Rolande: waar Sarah gevangen heeft
- De boerderij in de buurt van Orléans, waar Sarah is opgegroeid
- De Verenigde Staten waar Sarah verder heeft geleefd door haar huwelijk
- De Italiaanse verblijfplaats van William in Lucca
- New York waarheen zowel Julia als Sarah zijn verhuisd
Tatiana de Rosnay is geboren op 28 september 1961 in een buitenwijk van Parijs. Zij is van Engelse, Franse en Russische afkomst. Haar vader is de Franse wetenschapper, Joël de Rosnay. Tatiana’s moeder is Engelse: haar naam is Stella Jebb en ze is dochter van de diplomaat Gladwyn Jebb. Tatiana is opgegroeid in Parijs en daarna in Boston. In het begin van de jaren tachtig verhuist zij naar Engeland. In 1984 keert Tatiana terug naar Parijs waar zij voor veilinghuis, Christie’s gaat werken. Daarna wordt ze vanuit Parijs redacteur voor het tijdschrift, Vanity Fair tot 1993. Tatiana heeft acht romans gepubliceerd in Frankrijk. ‘Haar naam was Sarah’ is de eerste roman die Tatiana in haar moedertaal Engels schreef. Deze roman is een groot succes en is in meer dan 33 landen verschenen. De verfilming van’ Haar naam was Sarah’ met Kristin Scott Thomas in de hoofdrol, was op 28 oktober 2010 in de bioscoop te zien. De twee andere romans van Tatiana die in Nederland zijn verschenen zijn ‘Die laatste zomer’ en ‘Kwetsbaar’. Tatiana woont samen met haar gezin in Parijs.

Op de voorkant van het boek staat een illustratie van een meisje onder de bomen. Je kunt verder niet precies zien waar ze is. Ik denk dat het Sarah is, die nog steeds nadenkt over wat er vroeger is gebeurd. Ze heeft haar ogen gesloten. Het boek is aan haar moeder Stella, haar dochter Charlotte, en ter gedachtenis van Natacha, haar grootmoeder. De plaatsen die in het verhaal voorkomen hebben te maken met dat Tatiana zelf ook in Parijs woont, en haar moeder ook van Engelse afkomst is, want het boek werd ook aan haar moeder opgedragen. Het boek is geschreven omdat Tatiana meer aandacht wil schenken aan de oorlog, en dat we die gebeurtenis niet zomaar moeten vergeten.
Leeservaringen